De sleutels
Na enig zoekwerk heb ik op internet een `downloadable` lettertype gevonden om in kwadraatnoten gregoriaans te kunnen typen: `Caeciliae A Free Gregorian Chant Font`. (marello.org)
Via romanliturg.org heb ik ook een download van liturgie.ttf, een font met response en verse characters: R V .
Het gregoriaans kent twee sleutels de do - en de fa sleutel. Daar zijn acht verschillende toonsoorten, tonus of modus, mee te maken. In de Graduale Triplex staan deze voor de cantus in een romeinse cijfer aanduiding.
De vier navolgende sleutels met notennamen, tonus 1 t/m tonus 4, protus, deuterus, trits en tetradus, komen voor in de Graduale Triplex.
7d
|
==7p====6p====5p==-==-4p====-=-3p=====2p===-==-1p=====0p=====Ap===-=Bp====8p==-==-9p======Zp====
|
o ti la sol fa mi re do ti la re mi fa
5d
|
==5p==-=-4p==-=-3p=====2p===-==-1p=====0p=====Ap====-=Bp=====6p=====-7p===-==8p==-==-9p======Zp====
|
o ti la sol fa mi re do re mi fa sol la
|
3d=-3p====2p====-1p=====0p======Ap====-=Bp=====4p=====5p=====6p=====-7p===-==8p==-==-9p======Zp====
|
o ti la sol fa mi re mi fa sol la ti do
|
5f==5p==-=4p==-==3p=====2p===-==1p===-0p=====-Ap====-=-Bp=====6p=====-7p===-==8p==-=-9p=====Zp=====
|
a mi re do ti la sol fa sol la ti do re
De modus of tonus[1]
Het gregoriaans kent vier basismodi die in het grieks genummerd zijn, protus, deuterus, trits en tetradus, met elk een authentiek en plagaal karakter. (vgl majeur en mineur). Zo ontstaan 8 verschillende modi, die allen worden gekenmerkt door een finalis = eindnoot = tonica = grondtoon[2] en de repercussa = dominant = reciteertoon = tenor = tuba.
De namen van de toonsoorten zijn overgenomen uit een tractaat (De Musica = over de muziek) van Boëtius (475-524), die in dat traktaat de Griekse toonsystemen beschreef. Pas later zijn die toonsystemen over het reeds bestaande gregoriaans gelegd.
Een toonsoort heeft zeker invloed op de gevoelservaring die dit bij ons elk oproept. Daar een gevoelsbeleving afhankelijk is van ook vele andere factoren dan enkel de auditieve ervaring van dat moment is het toekennen van een emotionalteitswaarde een individueel arbitraire aangelegenheid, die in relatie tot tijd en plaats voortdurend verschillend kunnen zijn.
Het gregoriaans kent geen ritme, geen metrum. Desondanks ontstaat er een golving, deining, een natuurlijk gevoel van meanderende tekst.
|
Tonus |
Cyriel Tonnaer |
Adam van Fulda |
Eindnoot |
Reciteertoon |
Hendrik Vanden Abeele |
Piet Mennen |
Cyriel Tonnaer |
|
|
I |
Modus I |
RE modus |
alle gevoelens |
grondtoon RE |
dominant LA |
Protus RE-LA |
protus op de kwint |
dorisch |
|
II |
Modus II |
RE modus |
droevige stemming |
grondtoon RE |
dominant FA |
Protus plagaal RE-FA |
protus op de terts |
hypodorisch |
|
III |
Modus III |
MI modus |
boosheid |
grondtoon MI |
dominant (si) DO |
Deuterus MI-SI (UT) |
deuterus op de kwint |
phrygisch |
|
IV |
Modus IV |
MI modus |
vleiend |
grondtoon MI |
dominant (sol) LA |
Deuterus plagaal MI-LA |
deuterus op de kwart |
hypophrygisch |
|
V |
Modus V |
FA modus |
blij |
grondtoon FA |
dominant DO |
Tritus FA-DO |
tritus op de kwint |
lydisch |
|
VI |
Modus VI |
FA modus |
vroom |
grondtoon FA |
dominant LA |
Tritus plagaal FA-LA |
tritus op de terts |
hyploydisch |
|
VII |
Modus VII |
SOL modus |
jeugdig-heid |
grondtoon SOL |
dominant RE |
Tetrardus SOL-RE |
tetrardus op de kwint |
mixolydisch |
|
VIII |
Modus VIII |
SOL modus |
wijsheid |
grondtoon SOL |
dominant (si) DO |
Tetrardus plagaal SOL-SI (UT) |
tetrardus op de kwart |
hypomixolydisch |
modus I
dominant of reciteertoon kwint hoger: LA
|
I |
Modus I |
RE modus |
alle gevoelens |
grondtoon RE |
dominant LA |
Protus RE-LA |
protus op de kwint |
dorisch |
7d====5p===5w========-1p=|| of 5d===-3p===3w=========Ap=|| of 3d====8p===8w=========4p==|| of 5f====-7p===7w=========3p==||
modus II
dominant of reciteertoon terts hoger: FA
|
II |
Modus II |
RE modus |
droevige stemming |
grondtoon RE |
dominant FA |
Protus plagaal RE-FA |
protus op de terts |
hypodorisch |
7d====3p===3w========-1p=|| of 5d===-1p===1w=========Ap=|| of 3d====6p===6w=========4p==|| of 5f====-5p===5w=========3p==||
modus III
grondtoon of eindnoot: MI {LA?}, dominant of reciteertoon kwint hoger: DO
|
III |
Modus III |
MI modus |
boosheid |
grondtoon MI |
dominant (si) DO |
Deuterus MI-SI (UT) |
deuterus op de kwint |
phrygisch |
7d====7p===7w========-2p=|| of 5d===-5p===5w=========0p=|| of 3d====Zp3p===Zw3w=========5pBp==|| of 5f====-9p===9w=========4p==||
modus IV
dominant of reciteertoon kwart hoger: LA
|
IV |
Modus IV |
MI modus |
vleiend |
grondtoon MI |
dominant (sol) LA |
Deuterus plagaal MI-LA |
deuterus op de kwart |
hypophrygisch |
7d====5p===5w========-2p=|| of 5d===-3p===3w=========0p=|| of 3d====8p1p===8w1w=========5pBp==|| of 5f====-7p===7w=========4p==||
modus V
grondtoon of eindnoot: FA {SOL?}, dominant of reciteertoon kwint hoger: DO
|
V |
Modus V |
FA modus |
blij |
grondtoon FA |
dominant DO |
Tritus FA-DO |
tritus op de kwint |
lydisch |
7d====7p===7w========-3p=|| of 5d===-5p===5w=========1p=|| of 3d====Zp3p===Zw3w=========6pAp==|| of 5f====-9p2p===9w2w=========5pBp==||
modus VI
grondtoon of eindnoot: FA {SOL?}, dominant of reciteertoon terts hoger: LA
|
VI |
Modus VI |
FA modus |
vroom |
grondtoon FA |
dominant LA |
Tritus plagaal FA-LA |
tritus op de terts |
hyploydisch |
7d====5p===5w========-3p=|| of 5d===-3p===3w=========1p=|| of 3d====8p1p===8w1w=========6pAp==|| of 5f====-7p0p===7w0w=========5pBp==||
modus VII
dominant of reciteertoon kwint hoger: RE
|
VII |
Modus VII |
SOL modus |
jeugdig-heid |
grondtoon SOL |
dominant RE |
Tetrardus SOL-RE |
tetrardus op de kwint |
mixolydisch |
7d====8p===8w========-4p=|| of 5d===-6p===6w=========2p=|| of 3d====4p===4w=========0p==|| of 5f====-Zp3p===Zw3w=========6pAp==||
modus VIII
dominant of reciteertoon kwart hoger: DO
|
VIII |
Modus VIII |
SOL modus |
wijsheid |
grondtoon SOL |
dominant (si) DO |
Tetrardus plagaal SOL-SI (UT) |
tetrardus op de kwart |
hypomixolydisch |
7d====7p===7w========-4p=|| of 5d===-5p===5w=========2p=|| of 3d====Zp3p===Zw3w========7p0p==|| of 5f====-9p2p===9w2w=========6pAp==||
In het gregoriaans kwadraatnotenschrift worden de noten per lettergreep van een woord gegroepeerd.
Punctum (Tractulus, Uncinus, Oriscus), Upper podatus, Punctum inclinatum, ? ,Virga
Één toon per lettergreep zal het probleem niet zijn.
===2p===3P===4n===5N===6v== is de toets volgorde op de computer in het reguliere font-type. Selecteren we deze tekenreeks en wijzigingen we de voor deze selectie het fonttype in Caeciliae dan ontstaat onderstaand kwadraatnotenschrift. In "De Fontes Caeciliae" is de complete handleiding opgenomen. 5N geeft dus een soort mini punctum inclinatum, of deze ook echt bestaat en een naam/functie heeft is voer voor nader onderzoek. De tractulus, uncinus, oriscus zijn in het kwadraatnotenschrift niet te onderscheiden van de punctum echter in de handschriften van Laon en Sanct Gallen (Graduale Triplex) zijn er, meerdere, onderscheidende neumen voor.
==========2p==============3P============4n=============5N=============6v==
Twee tonen per lettergreep, de pes, stijgend, en clivis, dalend.
Geen, zwaar accent op de eerste (onderste) van de twee, maar vloeiend vanuit de voorgaande toon, door de eerste naar de tweede toon en verder.
===45P===15P===,===54C===51C===05X5p51x1p==
===========45P===============15P===========,===========54C===============51C=====================05X5p51x1p==
Omdat bij het gebruik van 51C het lijntje nagenoeg op de 1e lijn begint is het voor enkel optische redenen dat daarnaast er ook de mogelijkheid is zelf een lijn te maken die daar net onder begint: 05X. Dan op lijn 5 een punctum: 5p. Met 51x gaan we weer met een lijn naar de punctum van 1p.
Torculus, Porrectus, Scandicus, Climacus
Drie of meer tonen
- torculus (stijgend-dalend)
==3p35X5p53x3p==3p4p3p==3p35X5p4p==3p54C==3p35X5L4l== wordt: =================3p35X5p53x3p========================3p4p3p===================3p35X5p4p====================3p54C=====================3p35X5L4l=======
Ook hier combineren we puncta en lijntjes met elkaar: 3p, 5p, 3p met daartussenin 35X voor de lijn omhoog en 53x voor de lijn omlaag. Bij de één na laatste maken we handig gebruik van een combinatie met een clivis omdat de tonen niet te ver uit elkaar liggen en het lijntje van de clivis lang genoeg is. Bij de laatste groep introduceren we alvast de liquescent die bij de versieringen nog uitgebreider wordt behandeld.
- porrectus (dalend-stijgend)
===24X43R4P===57X76R8P=== wordt:
===================24X43R4P======================57X76R8P===== - scandicus (stijgend)
===1p35P===15P6v=== wordt:
=============1p35P===================15P6v====== - climacus (dalend)
===6v4n3n===6v’4n3n====5v3n2n===5v’3n’2n=== wordt:
==============6v4n3n====================6v’4n3n=====================5v3n2n====================5v’3n’2n=========
Omdat het oog ook wat wil is er in het lettertype caeciliæ de mogelijkheid met het ’ de ruimte tussen de nootjes iets te verruimen.
Ook bestaan er een aantal versieringen, zoals:
- liquiscenten (een vocaal fenomeen ten gevolge van een complexe opeenvolging van twee lettergrepen) In het lettertype caeciliæ met hoofdletter L of met kleine letter l voor dalende en met kleine k en hoofdletter K voor stijgende liquescenten. Letterlijk betekent het vloeibaar worden en is bedoeld om de stemhebbende medeklinkers, m en l altijd, precies op het kleine nootje te laten vallen waardoor deze `dikker` wordt, extra tijd om te klinken.
==4L3l===7L5l===57X7L75x5l===6k7K===1k5K===1k15x5K=== wordt:
==========4L3l================7L5l=====================57X7L75x5l========================6k7K==================1k5K=======================1k15x5K===
Als de onderlinge afstand te groot wordt, zoals bij 7L5l en 1k5K dan zijn hulplijnen 57X, 75x en 15x gewenst, zo niet noodzakelijk.
- quilisma (mogelijk een soort triller, vibrato of stijgend-glijdende toon)
De ’Zaagnoot’.
- oriscus (waarschijnlijk eveneens een soort triller)
- repercussio (een aantal tonen op dezelfde lettergreep van dezelfde toonhoogte)
Hoewel het dezelfde toon met dezelfde lettergreep (klank) is worden ze toch individueel iets benadrukt, geaccentueerd middels buikademhaling.
- punctum mora (toon iets verlengen)
- episema
Er is ook een verlengingsteken (episema) – een liggend streepje – dat toegevoegd kan worden aan tekens. Er is vaak meer dan één combinatie mogelijk. Bijvoorbeeld bij een clivis kan alleen de slottoon een episema krijgen en dus verlengd zijn of ook de hele neume.
- custos (custodes)
Wachter. Een spieknootje aan het eind van de regel die verklikt wat de eerstvolgende toonhoogte op de volgende regel is.
===3u
===3u
- scheidingen
Behalve de eigenlijke neumen worden er ook (ritmische en melodische) lettertekens gebruikt, bijvoorbeeld c voor celeriter (snel), t voor tenete (vasthouden), a voor auge (verlengen), s voor sursum (verhogen), en e voor equaliter (zelfde toonhoogte).
mol (flat), herstelteken (naturals), open (hollow) noot, etc
[1] Zie De Fontes: Modi in het gregoriaans
[2] Zie De Fontes Grondtoon voor de modus
Piet? waarom wijkt deze af van het patroon? Is een eindnoot niet gelijk aan de laatste noot?
Piet? Ook deze wijkt af van het patroon. waarom?
Piet? een derde afwijking op het patroon of klopt het bij mij niet?
