2.1. Gregoriaans voor beginners

De sleutels

Na enig zoekwerk heb ik op internet een `downloadable` lettertype gevonden om in kwadraatnoten gregoriaans te kunnen typen: `Caeciliae A Free Gregorian Chant Font`. (marello.org)

Via romanliturg.org heb ik ook een download van liturgie.ttf, een font met response en verse characters: R V .

Het gregoriaans kent twee sleutels de do - en de fa sleutel. Daar zijn acht verschillende toonsoorten, tonus of modus, mee te maken. In de Graduale Triplex staan deze voor de cantus in een romeinse cijfer aanduiding.

De vier navolgende sleutels met notennamen, tonus 1 t/m tonus 4, protus, deuterus, trits en tetradus, komen voor in de Graduale Triplex.

       7d

D

 

==7p====6p====5p==-==-4p====-=-3p=====2p===-==-1p=====0p=====Ap===-=Bp====8p==-==-9p======Zp====

TO. 1

 

               o ti la sol fa mi re do ti la re mi fa

       5d

D

 

==5p==-=-4p==-=-3p=====2p===-==-1p=====0p=====Ap====-=Bp=====6p=====-7p===-==8p==-==-9p======Zp====

TO. 2

 

               o ti la sol fa mi re do re mi fa sol la

 
 

D

 

 

3d=-3p====2p====-1p=====0p======Ap====-=Bp=====4p=====5p=====6p=====-7p===-==8p==-==-9p======Zp====

TO. 3

 

               o ti la sol fa mi re mi fa sol la ti do

 
 

F

 

 

5f==5p==-=4p==-==3p=====2p===-==1p===-0p=====-Ap====-=-Bp=====6p=====-7p===-==8p==-=-9p=====Zp=====

TO. 4

 

               a mi re do ti la sol fa sol la ti do re

 

De modus of tonus[1]

Het gregoriaans kent vier basismodi die in het grieks genummerd zijn, protus, deuterus, trits en tetradus, met elk een authentiek en plagaal karakter. (vgl majeur en mineur). Zo ontstaan 8 verschillende modi, die allen worden gekenmerkt door een finalis = eindnoot = tonica = grondtoon[2] en de repercussa = dominant = reciteertoon = tenor = tuba.

De namen van de toonsoorten zijn overgenomen uit een tractaat (De Musica = over de muziek) van Boëtius (475-524), die in dat traktaat de Griekse toonsystemen beschreef. Pas later zijn die toonsystemen over het reeds bestaande gregoriaans gelegd.

Een toonsoort heeft zeker invloed op de gevoelservaring die dit bij ons elk oproept. Daar een gevoelsbeleving afhankelijk is van ook vele andere factoren dan enkel de auditieve ervaring van dat moment is het toekennen van een emotionalteitswaarde een individueel arbitraire aangelegenheid, die in relatie tot tijd en plaats voortdurend verschillend kunnen zijn.

Het gregoriaans kent geen ritme, geen metrum. Desondanks ontstaat er een golving, deining, een natuurlijk gevoel van meanderende tekst.

Tonus

 

Cyriel Tonnaer

Adam van Fulda

Eindnoot

Reciteertoon

Hendrik Vanden Abeele

Piet Mennen

Cyriel Tonnaer

I

Modus I

RE modus

alle gevoelens

grondtoon RE

dominant LA

Protus RE-LA

protus op de kwint

dorisch

II

Modus II

RE modus

droevige stemming

grondtoon RE

dominant FA

Protus plagaal RE-FA

protus op de terts

hypodorisch

III

Modus III

MI modus

boosheid

grondtoon MI

dominant (si) DO

Deuterus MI-SI (UT)

deuterus op de kwint

phrygisch

IV

Modus IV

MI modus

vleiend

grondtoon MI

dominant (sol) LA

Deuterus plagaal MI-LA

deuterus op de kwart

hypophrygisch

V

Modus V

FA modus

blij

grondtoon FA

dominant DO

Tritus FA-DO

tritus op de kwint

lydisch

VI

Modus VI

FA modus

vroom

grondtoon FA

dominant LA

Tritus plagaal FA-LA

tritus op de terts

hyploydisch

VII

Modus VII

SOL modus

jeugdig-heid

grondtoon SOL

dominant RE

Tetrardus SOL-RE

tetrardus op de kwint

mixolydisch

VIII

Modus VIII

SOL modus

wijsheid

grondtoon SOL

dominant (si) DO

Tetrardus plagaal SOL-SI (UT)

tetrardus op de kwart

hypomixolydisch

modus I

dominant of reciteertoon kwint hoger: LA

I

Modus I

RE modus

alle gevoelens

grondtoon RE

dominant LA

Protus RE-LA

protus op de kwint

dorisch

7d====5p===5w========-1p=||  of  5d===-3p===3w=========Ap=||  of  3d====8p===8w=========4p==||  of  5f====-7p===7w=========3p==||

modus II

dominant of reciteertoon terts hoger: FA

II

Modus II

RE modus

droevige stemming

grondtoon RE

dominant FA

Protus plagaal RE-FA

protus op de terts

hypodorisch

7d====3p===3w========-1p=||  of  5d===-1p===1w=========Ap=||  of  3d====6p===6w=========4p==||  of  5f====-5p===5w=========3p==||

modus III

grondtoon of eindnoot: MI {LA?}, dominant of reciteertoon kwint hoger: DO

III

Modus III

MI modus

boosheid

grondtoon MI

dominant (si) DO

Deuterus MI-SI (UT)

deuterus op de kwint

phrygisch

7d====7p===7w========-2p=||  of  5d===-5p===5w=========0p=||  of  3d====Zp3p===Zw3w=========5pBp==||  of  5f====-9p===9w=========4p==||

modus IV

dominant of reciteertoon kwart hoger: LA

IV

Modus IV

MI modus

vleiend

grondtoon MI

dominant (sol) LA

Deuterus plagaal MI-LA

deuterus op de kwart

hypophrygisch

7d====5p===5w========-2p=||  of  5d===-3p===3w=========0p=||  of  3d====8p1p===8w1w=========5pBp==||  of  5f====-7p===7w=========4p==||

modus V

grondtoon of eindnoot: FA {SOL?}, dominant of reciteertoon kwint hoger: DO

V

Modus V

FA modus

blij

grondtoon FA

dominant DO

Tritus FA-DO

tritus op de kwint

lydisch

7d====7p===7w========-3p=||  of  5d===-5p===5w=========1p=||  of  3d====Zp3p===Zw3w=========6pAp==||  of  5f====-9p2p===9w2w=========5pBp==||

modus VI

grondtoon of eindnoot: FA {SOL?}, dominant of reciteertoon terts hoger: LA

VI

Modus VI

FA modus

vroom

grondtoon FA

dominant LA

Tritus plagaal FA-LA

tritus op de terts

hyploydisch

7d====5p===5w========-3p=||  of  5d===-3p===3w=========1p=||  of  3d====8p1p===8w1w=========6pAp==||  of  5f====-7p0p===7w0w=========5pBp==||

modus VII

dominant of reciteertoon kwint hoger: RE

VII

Modus VII

SOL modus

jeugdig-heid

grondtoon SOL

dominant RE

Tetrardus SOL-RE

tetrardus op de kwint

mixolydisch

7d====8p===8w========-4p=||  of  5d===-6p===6w=========2p=||  of  3d====4p===4w=========0p==||  of  5f====-Zp3p===Zw3w=========6pAp==||

modus VIII

dominant of reciteertoon kwart hoger: DO

VIII

Modus VIII

SOL modus

wijsheid

grondtoon SOL

dominant (si) DO

Tetrardus plagaal SOL-SI (UT)

tetrardus op de kwart

hypomixolydisch

7d====7p===7w========-4p=||  of  5d===-5p===5w=========2p=||  of  3d====Zp3p===Zw3w========7p0p==||  of  5f====-9p2p===9w2w=========6pAp==||

 

Noten (Neumen)

In het gregoriaans kwadraatnotenschrift worden de noten per lettergreep van een woord gegroepeerd.

Punctum (Tractulus, Uncinus, Oriscus), Upper podatus, Punctum inclinatum, ? ,Virga

Één toon per lettergreep zal het probleem niet zijn.

===2p===3P===4n===5N===6v== is de toets volgorde op de computer in het reguliere font-type. Selecteren we deze tekenreeks en wijzigingen we de voor deze selectie het fonttype in Caeciliae dan ontstaat onderstaand kwadraatnotenschrift. In "De Fontes Caeciliae" is de complete handleiding opgenomen. 5N geeft dus een soort mini punctum inclinatum, of deze ook echt bestaat en een naam/functie heeft is voer voor nader onderzoek. De tractulus, uncinus, oriscus zijn in het kwadraatnotenschrift niet te onderscheiden van de punctum echter in de handschriften van Laon en Sanct Gallen (Graduale Triplex) zijn er, meerdere, onderscheidende neumen voor.

==========2p==============3P============4n=============5N=============6v==

Pes/Podatus, Clivis

Twee tonen per lettergreep, de pes, stijgend, en clivis, dalend.

Geen, zwaar accent op de eerste (onderste) van de twee, maar vloeiend vanuit de voorgaande toon, door de eerste naar de tweede toon en verder.

===45P===15P===,===54C===51C===05X5p51x1p==

===========45P===============15P===========,===========54C===============51C=====================05X5p51x1p==

Omdat bij het gebruik van 51C het lijntje nagenoeg op de 1e lijn begint is het voor enkel optische redenen dat daarnaast er ook de mogelijkheid is zelf een lijn te maken die daar net onder begint: 05X. Dan op lijn 5 een punctum: 5p. Met 51x gaan we weer met een lijn naar de punctum van 1p.

Torculus, Porrectus, Scandicus, Climacus

Drie of meer tonen

  • torculus (stijgend-dalend)
    ==3p35X5p53x3p==3p4p3p==3p35X5p4p==3p54C==3p35X5L4l== wordt: =================3p35X5p53x3p========================3p4p3p===================3p35X5p4p====================3p54C=====================3p35X5L4l=======

Ook hier combineren we puncta en lijntjes met elkaar: 3p, 5p, 3p met daartussenin 35X voor de lijn omhoog en 53x voor de lijn omlaag. Bij de één na laatste maken we handig gebruik van een combinatie met een clivis omdat de tonen niet te ver uit elkaar liggen en het lijntje van de clivis lang genoeg is. Bij de laatste groep introduceren we alvast de liquescent die bij de versieringen nog uitgebreider wordt behandeld.

  • porrectus (dalend-stijgend)
    ===24X43R4P===57X76R8P=== wordt:
    ===================24X43R4P======================57X76R8P=====
  • scandicus (stijgend)
    ===1p35P===15P6v=== wordt:
    =============1p35P===================15P6v======
  • climacus (dalend)
    ===6v4n3n===6v’4n3n====5v3n2n===5v’3n’2n=== wordt:
    ==============6v4n3n====================6v’4n3n=====================5v3n2n====================5v’3n’2n=========

Omdat het oog ook wat wil is er in het lettertype caeciliæ de mogelijkheid met het ’ de ruimte tussen de nootjes iets te verruimen.

Ook bestaan er een aantal versieringen, zoals:

  • liquiscenten (een vocaal fenomeen ten gevolge van een complexe opeenvolging van twee lettergrepen) In het lettertype caeciliæ met hoofdletter L of met kleine letter l voor dalende en met kleine k en hoofdletter K voor stijgende liquescenten. Letterlijk betekent het vloeibaar worden en is bedoeld om de stemhebbende medeklinkers, m en l altijd, precies op het kleine nootje te laten vallen waardoor deze `dikker` wordt, extra tijd om te klinken.
    ==4L3l===7L5l===57X7L75x5l===6k7K===1k5K===1k15x5K=== wordt:
    ==========4L3l================7L5l=====================57X7L75x5l========================6k7K==================1k5K=======================1k15x5K===

Als de onderlinge afstand te groot wordt, zoals bij 7L5l en 1k5K dan zijn hulplijnen 57X, 75x en 15x gewenst, zo niet noodzakelijk.

  • quilisma (mogelijk een soort triller, vibrato of stijgend-glijdende toon)

De ’Zaagnoot’.

  • oriscus (waarschijnlijk eveneens een soort triller)
  • repercussio (een aantal tonen op dezelfde lettergreep van dezelfde toonhoogte)

Hoewel het dezelfde toon met dezelfde lettergreep (klank) is worden ze toch individueel iets benadrukt, geaccentueerd middels buikademhaling.

  • punctum mora (toon iets verlengen)
  • episema

Er is ook een verlengingsteken (episema) – een liggend streepje – dat toegevoegd kan worden aan tekens. Er is vaak meer dan één combinatie mogelijk. Bijvoorbeeld bij een clivis kan alleen de slottoon een episema krijgen en dus verlengd zijn of ook de hele neume.

  • custos (custodes)

Wachter. Een spieknootje aan het eind van de regel die verklikt wat de eerstvolgende toonhoogte op de volgende regel is.

===3u

===3u

  • scheidingen

Behalve de eigenlijke neumen worden er ook (ritmische en melodische) lettertekens gebruikt, bijvoorbeeld c voor celeriter (snel), t voor tenete (vasthouden), a voor auge (verlengen), s voor sursum (verhogen), en e voor equaliter (zelfde toonhoogte).

mol (flat), herstelteken (naturals), open (hollow) noot, etc

[1] Zie De Fontes: Modi in het gregoriaans

[2] Zie De Fontes Grondtoon voor de modus

Piet? waarom wijkt deze af van het patroon? Is een eindnoot niet gelijk aan de laatste noot?

Piet? Ook deze wijkt af van het patroon. waarom?

Piet? een derde afwijking op het patroon of klopt het bij mij niet?