1.1. Voorwoord

Ad te levavi animam meam, non scholæ sed vitæ.

Voorwoord

Je hoeft niet te zoeken om iets te vinden.

In mijn studententijd ben ik ooit stagebegeleider van een medestudent geweest. Hij had pech bij het tijdig vinden van een stageplek. Het toeval maakte het mogelijk dat hij een stageplek kon vervullen bij het bestuur van de Studentenbelangenorganisatie waar ik deel van uitmaakte. Echter geconfronteerd met de vraag naar een zinvolle tijdsbesteding met een 40 urige werkweek moest ik aanvankelijk het antwoord schuldig blijven. Ik opperde het opruimen van de kast als mogelijkheid. Na enige mate van protest is hij daar toch aan begonnen. Het heeft ons een schat aan waardevolle informatie en zinvolle tijdsbesteding opgeleverd. Een voorbeeld ter illustratie was een uiteindelijk geordend adressenbestand van instanties en particulieren die kamers voor studenten te huur hadden. In de loop der jaren was die informatie alsook de vraagstelling wel binnen gekomen, en deels ook bewaard gebleven, echter het behoorde niet tot de core-busines van het bestuur, daar het geen direct onderwijs belang diende.

 
   

Eerste neumenschrift Metz na 930. Nu in museum van Laon.

Mijn eigen zoektocht naar zingeving bracht me, ook, bij het gregoriaans. Ik zing graag, latijn is een mooie taal, en er kan eigenlijk direct om de hoek mee begonnen worden. Mijn buurman zong steevast op een andere pagina als het pagina nummer van mijn boek. Er zijn twee verschillende boeken dacht ik nog; maar nee er zijn er te veel om op te noemen. Noch vanuit de gedachte dat het twee boeken waren dacht ik aan een lijstje met drie kolommen: het gezang, het paginanummer uit het ene boek en het pagina nummer uit het andere boek. Dat leek me wel handig. Een jaar later is dat lijstje een database geworden met ca. 900 cantuum titels, pagina nummer uit de Graduale Triplex, die overigens identiek is aan die van de Graduale Romanum, het type cantus, Introitus, Graduale etc., de periode waarin als ook de dagen waarop het betreffende cantus gezongen wordt. A, B en C jaar, Anno I en Anno II. Een wiskundige formule voor het bepalen van de Paasdatum en de daarmee samenhangende andere feestdagen in een willekeurig jaar. De teksten, Vulgaat, Neo-Vulgaat, Willibrordvertaling en een engelse vertaling van alle 150 psalmi.

Deze onwaarschijnlijke reis legt telkens kleine puzzelstukjes bij elkaar, de nederigheid gebied mij te zeggen dat de randen van de puzzel ook weer enorme vergezichten doen openbaren. Ik zocht naar niets maar heb ongelooflijk veel gevonden.

Vier jaar heb ik deelgenomen aan een cursus Gregoriaans onder de bezielende en inspirerende leiding van Cyriel Tonnaer. Zijn niet nalatende enthousiasme en zijn enorme kennis en duiding van het Gregoriaans maken mijn reis tot een groot feest van herkenning. Ook Piet Mennen mag niet onvermeld blijven in het mij weten te enthousiasmeren, en geduldig te inspireren en te bezielen met deze prachtige muziek. Het is als tuinieren: even in de handen spugen, en het wonder laten geschieden.

Op mijn reis door Cantus Gregoriani et Graduale kom ik een ongelooflijke berg aan informatie tegen. De krenten die ik nodig heb om een beter begrip te krijgen haal ik er uit, scheidt zoveel mogelijk kaf en koren en tracht te ordenen wat anderen al reeds eerder gedaan hebben. Het is mijn reis, mijn verwondering, mijn pelgrimage.

DIXIT Jacques Welters