2.0. Navigaro ergo sum, Ik fiets dus ik ben

2.0 Navigaro ergo sum, ik Fiets dus ik ben

Cogito ergo sum (Ik denk, dus ik ben) is een filosofische stelling van René Descartes (1596 - 1650), die een belangrijke element werd van de westerse filosofie. De titel van dit hoofdstuk is door mij vrij vertaald in potjeslatijn: Navigaro ergo sum. Ik ga, dus ik ben.
Staan, zitten, liggen vragen geen kracht. Zonder kracht geen verandering. In je kracht gaan 'staan' is dan ook een contradictio in terminis.
Gevoelens van machteloosheid en onzekerheid maken angstig, boos en achterdochtig. Corona, rouwen om het verlies van een dierbare, werk, huis en haard leiden dan ook makkelijk tot een mentale en/of fysieke verlamming. Wat schapen grote angst aanjoeg was het moment waarop ze van de kudde werden gescheiden om geschoren te worden, niet het scheren zelf. Te lang in eenzaamheid doorbrengen beschouwen we als marteling. Er is geen zin meer, je doet niet meer mee, je doet er niet meer toe, je bent je eigen betekenis kwijt. Op zoek naar zingeving? Waartoe zijn wij (ben ik) op aarde? Deze vragen, zijn zo oud als de mensheid en zeker als ze onbeantwoord blijven, kunnen leiden tot een vicieuze cirkel van denken waar we niet meer uitkomen.
Uiteindelijk gaan we honger krijgen, letterlijk maar ook figuurlijk: men wil iets gaan doen zonder precies te weten wat. Tip: Ga naar buiten. Ga wandelen, ga fietsen. De traagheid van het voortgaan geeft je de mogelijkheid om anders, maar ook en vooral íéts anders waar te nemen, dan waar je normaliter aan voorbij snelt, zoals: bottend groen in het voorjaar of een ’kabouterdorpje’ (een aantal paddestoelen, rood met witte stippen, bij elkaar) in de herfst.

Kabouterdorpje.jpeg  Bron: eigen archief 30-10-2016
Dan voedt dit anders waarnemen je nieuwsgierigheid en je verwondering, en dat kan helpen bij het weer in balans komen.
Hoe meer wij de diepte van ons ondoorgrondelijke zelf proberen te doorgronden, uit die vicieuze cirkel te komen, hebben wij de behoefte aan een vast richtpunt. Waar dit te vinden? Augustinus (354 - 430 n. Chr.) vindt het, zoals vóór hem de Indiërs en zoals 1200 jaren na hem Descartes in de onzekerheid, in de twijfel. "Ik kan aan alles twijfelen, maar niet daaraan dat ik twijfel, dat wil zeggen dat ik denk, dat ik een denkend wezen ben." De zekerheid van het eigen denken wordt zo een onwrikbaar uitgangspunt.
Bovenstaand indachtig is voor mij het fietsen (als metafoor voor beweging, kracht en verandering; waarnemen, verwonderen, perseveren ), het uitgangspunt voor de zin van het bestaan. Met perseveren bedoel ik hier het leren verstaan, het willen doorgronden, het moeten begrijpen. En beslist niet het domweg weten!
Je hoeft niet te zoeken om iets te vinden.
In mijn studententijd ben ik ooit stagebegeleider van een medestudent geweest. Hij had pech bij het tijdig vinden van een stageplaats. Het toeval maakte het mogelijk dat hij een stageplek kon vervullen bij het bestuur van de Studenten belangenorganisatie waar ik deel van uitmaakte. Echter geconfronteerd met de vraag naar een zinvolle tijdsbesteding met een 40 urige werkweek moest ik aanvankelijk het antwoord schuldig blijven. Ik opperde het opruimen van de kast als mogelijkheid. Na enige mate van protest is hij daar toch aan begonnen. Het heeft ons een schat aan waardevolle informatie en zinvolle tijdsbesteding opgeleverd. Een voorbeeld, ter illustratie, was een uiteindelijk geordend adressenbestand van instanties en particulieren die kamers voor studenten te huur hadden. In de loop der jaren was die informatie alsook de vraagstelling wel binnen gekomen, en deels ook bewaard gebleven, echter het behoorde niet tot de core-business van het bestuur, daar het geen direct onderwijs belang diende; wel het belang van de deelnemers, de studenten!
Een ander richtpunt, doel, in het leven kan Santiago de Compostela zijn. Een onuitputtelijke bron op internet kan YouTube zijn met zijn vele video verslagen van wandelaars en fietsers, de prachtige landschappen, de routes, de tegenslagen, de ontmoetingen met mensen van over de hele wereld, (hoezo zijn we verschillend): de reis zelf is het doel, direct na aankomst is het voorbij, het verlangen om ’aan te komen’ is er dan niet meer. Je proeft de voortdurende twijfel, waar slaap ik vannacht, zijn er snurkers in de zaal, haal ik het wel, overschat ik mezelf niet? In zijn gehéél een prachtige ervaring maar ook in elk klein onderdeel van die pelgrimage, zo getuigen de reisverslagen empirisch.
Het maakt dankbaar voor dat wat er wèl is, terwijl bij aanvang van de zoektocht naar zichzelf, de reis naar zijn/haar nu, vaak een verlies, gemis (partner, werk, gezondheid etc.) een belangrijke drijfveer was om te gaan.

2.1 Fietsen en vermogen

Mijn eerste poging om de Mont Ventoux in Frankrijk te beklimmen (1980) was veel meer dan enkel een enorme uitdaging. Te weinig voorbereiding zowel qua voeding, drinken en training, algehele onderschatting van de berg en ruime overschatting van mijn eigen kunnen, leidde tot een bijna mislukte onderneming. Maar ook een wijze les, en: een vraag. Kun je in een vlak land als Nederland voldoende trainingservaring op de fiets opdoen om een Mont Ventoux in Frankrijk te kunnen beklimmen? Of anders gezegd kun je je tenminste daarop adequaat voorbereiden? Dat je niet de enige bent met een soortgelijke ervaring leer je o.a. van een kranten column van 9 april 1994 van ene Frans van Roessel in het Brabants Dagblad. Destijds uitgeknipt en bewaard door mijn vader en recent door mij gevonden. Zonder dat de schrijver uitweidt over allerlei details was voor mijn vader, en is voor mij, direct duidelijk waar hij het over heeft. In dit hoofdstuk weidt ik uit over elk mij bekend detail.
Samengebald komt die vraag neer op hoeveel energie heb je extra nodig, hoeveel vermogen kun jezelf leveren en is dat reëel voldoende om nog fietsend boven te komen of kun je net zo goed met de fiets aan de hand naar boven lopen? Kun je bijvoorbeeld met 10 km/h gedurende 2 uur en een hellingspercentage van 10% evenveel energie nodig hebben als bij 20 km/h op een vlakke weg, maar hoelang ben je dan onderweg voor een vergelijkbare hoeveelheid energie? Dit is de basis vraag voor dit hoofdstuk die me al sinds die ervaringen op de Mont Ventoux in 1980 en 1993 bezighielden, dus veel over gelezen heb en die me ergens in het begin van deze eeuw via internet een structurelere aanpak bood en die zijn we langzaam gaan afpellen. Nu in 2020 is internet veel uitgebreider maar dat doet aan de structuur niet af, de theorie, de formule, is niet veranderd, wel voor het toepassen van de juiste ge-update cijfers. Er zijn daadwerkelijke meetresultaten en onderzoeksgegevens op het internet te vinden. In 2015 miste ik nog, volgens de theorie, de benodigde kracht en dat zal met het ouder worden zeker afnemen, maar trainen geeft hoop. En ooit hoop ik de theorie te logenstraffen in de praktijk.