Op een bepaald moment, ergens in 2015, besloot ik de auto enkel nog te gaan gebruiken in ’noodgevallen’. Ik moest meer gaan bewegen. Wat precies de definitie was van een noodgeval liet ik, wijs genoeg, nog even in het midden. Het begint met boodschappen op 2,5 km afstand op de fiets, niet meer met de auto. Dat is in enkele jaren uitgegroeid tot boodschappen op de fiets als rondjes langs de verschillende winkels, in verschillende dorpen en steden van wel 60 tot 80 km: een middagje ’shoppen’ is voor mij verworden tot recreëren, sporten, vakantiegevoel gecombineerd met de dingen die je toch al moet doen: brood, groente, tandpasta etc. kopen; of kun jezelf een kleine bijdrage leveren aan een breder besef voor klimaatverandering? Daarom liet ik op mijn nieuwe fiets door Sinterklaas de tekst: „Water verbindt” zetten.
Het was geen onbekende boektitel, “Het rapport van de club van Rome”, wel een voor mij onbekend boek totdat het in 1977 verplichte kost werd. Samen met een uittreksel van Prof. Malotaux zijn ze ondanks alle verhuizingen bewaard gebleven, samengebracht, en nu bron van inspiratie. Samenvattend komt het erop neer dat het begon met een groep van 36 bezorgde wetenschappers die in 1968 bijeen kwamen in Rome. Uit alle windstreken, allemaal bezorgd om de mens en haar omgang met de grondstoffen van haar planeet: „Het kwantitatief en kwalitatief in elkaar grijpen van dominerende problemen”. Deze groep particuliere onderzoekers begonnen de Club van Rome. Hun eerste grote rapport was 'Grenzen aan de groei', dat in boekvorm miljoenen keren over de toonbank zou gaan, in 37 talen. Het rapport was een waarschuwing. De onhoudbaarheid van ongebreidelde economische groei werd een doemscenario genoemd voor het milieu en de leefbaarheid op aarde. Mede door bevolkingsgroei zouden tekorten dreigen, van voedsel, grondstoffen en energie.
Het leven gaat echter gewoon door, ook voor mij; andere dingen aan het hoofd. Ik verzamelde, gelukkig, wel veel artikelen uit de krant met de meest uiteenlopende onderwerpen: Energie/Kernenergie, Techniek/Wetenschap, Milieu, Religie/Moraal, Emancipatie, Vrede/VN/Navo, EU, Economie, Recht, Historie, de 4 buurlanden en Diversen met wereldgebeurtenissen van enige omvang. Of een artikel ook toekomst relevantie had werd beoordeeld aan de hand van het laten ’rijpen’ van de krant; krant bewaren, laten rijpen en jaren later herbeoordelen in de context van die latere jaren dus.
Bij verschillende verhuizingen elke keer weer een hilarisch topic: oude kranten verhuizen welke idioot doet dat nou. Jawel deze, ik dus. De koude oorlog, vrouwenemancipatie, deregulering vanuit Den Haag met betrekking tot onderwijs en later ook de WMO, kernenergie, de brede maatschappelijke discussie, de EU (van kolen en staal naar landbouw) laten bij het lezen nú een lang bevochten evolutie zien. In 2018 heb ik uiteindelijk 1985- 2018 bij het oud papier gezet. Maar uit het verleden zijn wel de diverse knipsels bewaard gebleven. Het aantal onderwerpen heb ik nu drastisch ingekrompen en de relevantie wordt nu direct beoordeeld naar de relevantie van het onderwerp zelf en niet meer naar zijn historisch perspectief. Deze oude hobby is momenteel wel een enorme inspiratiebron voor dit document dat tevens leidraad voor de knipsels is geworden.
De Club van Rome? Jazeker, die bestaat nog (Trouw, 24-april 2018, Frank Straver)
In april 2018 viert de topgroep van milieu-experts, beroemd van het rapport 'Grenzen aan de groei', zijn vijftigjarig bestaan. De Nederlandse econoom Bas de Leeuw werd dat jaar (2018) lid. Wat doet de illustere club van weleer nog?
Op 1 januari 2018 werd hij lid. Nee, zegt Bas de Leeuw, daar diende hij geen eigen aanvraag voor in. "Je kunt alleen lid worden als iemand je voordraagt." Als directeur van het World Resources Forum in Zwitserland - daar woont hij al jaren - zat hij in het juiste circuit. Milieuproblematiek, dat is zijn vakgebied. Vuile energie, schaarste aan grondstoffen. Altijd al geweest. Hij werkte eraan op Haagse ministeries. Daarna in Parijs, bij de VN-denktank voor economie en milieu. Ook in de VS werkte hij, bij het Sustainability Institute. En zie daar een direct linkje met de roemruchte club. Eén van de hoofdauteurs van 'Grenzen aan de groei', milieuwetenschapper Donella Meadows (1941-2001), stichtte dat instituut.
De wereld maakt afspraken, zegt De Leeuw, maar handelt er niet naar. "We feliciteren elkaar met het klimaatakkoord van Parijs, maar veranderen niet." Hetzelfde verhaal met de internationale duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG'S), zegt hij. Hoge ambities voor een eerlijke, groene wereld. Maar dit ziet hij niet terug in alledaagse keuzes. "Wezenlijk zijn we niet gek veel verder dan toen, bij het uitkomen van 'Grenzen aan groei'."
Tekenend vindt De Leeuw dat de wereld al op twee sporen zit. De schade beperken én ermee leren leven, zoals bij klimaatverandering. "Ja, we willen minder broeikasgas. Maar het systeem blijft draaien zoals het is, waardoor we noodgrepen kiezen zoals CO2-afvang en -opslag. Het is normaal dat we dijken verhogen en dat eilanden onleefbaar worden.”
Op de lagere school leren we over de kringloop van het water, regen - rivier - zee - verdamping - wolken - en weer regen. Is het niet logisch te veronderstellen dat dat voor elke grondstof die de planeet aarde ons ter beschikking stelt ook geldt!?
Citaat uit de Nederlandse (1971) presentatie van de vertaling van „Grenzen aan de groei”:
„Nu deels het doel van de eeuwenoude strijd van de mens tegen armoede, ziekte en het-moeten-werken bijna bereikt is, bekruipt ons desillusie en twijfel. We beginnen te merken dat in onze technologische maatschappij iedere vooruitgang de mens zowel onmachtiger als sterker maakt. Iedere nieuwe macht over de natuur die veroverd wordt, blijkt evenzeer een macht over de mens. Wetenschap en technologie hebben ons zowel de dreiging van de thermo-nucleaire ondergang als gezondheid en voorspoed gebracht; de toename van de bevolking en de trek naar de steden heeft geleid tot nieuwe en vernederende vormen van armoede en opsluiting in een smerige, vaak cultureel steriele, lawaaiige en ontaarde, verstedelijking; elektriciteit en voortstuwing hebben de last van de lichamelijke arbeid verminderd, maar ook de voldoening in dat werk doen wegebben; de auto brengt vrijheid van beweging, maar ook vergif in de steden en fetisjisme voor machines. De ongewenste nasleep van de technologie is al te duidelijk, en veroorzaakt een bedreiging, die onherroepelijk zou kunnen worden voor ons natuurlijk milieu; sommige mensen worden in toenemende mate van de samenleving vervreemd en verwerpen autoriteit; verslaving aan drugs, misdaad en misdadigheid zijn aan toenemen, het geloof - niet alleen in de religie, die de mens eeuwenlang heeft gesteund, maar ook in het partijpolitieke proces en de doeltreffendheid van de sociale hervorming - is aan het afnemen. Al deze moeilijkheden schijnen groter te worden bij meer overvloed.”
Je schrikt bijna, anno 2026, van de actualiteit van bovenstaande tekst uit 1971.
We zijn van zure regen naar het ozon-gat gegaan, verdwijnende gletsjers en smeltend poolijs. Het klimaatakkoord van Parijs stamt uit 2015. De energietransitie in Nederland is pas in 2019 in beleid vervat, dat pas weer in 2021 een gemeentelijke vorm gaat krijgen. Om dan vanaf 2023 al weer de eerste signalen van netcongestie te ontvangen waardoor de doelstellingen voor 2030 weer op losse schroeven komen te staan. Tijdens de corona-jaren werd ernstig getwijfeld aan de wetenschappelijke expertise en de inderdaad niet altijd even zinvolle politieke maatregelen. We leerden toen ook dat ’lean en mean’ kosten reduceert op korte termijn maar onze onafhankelijkheid ernstig beïnvloed; we hadden niet eens voldoende mondkapjes! Rechts-extreme politieke clubjes worden luider en verwerven een steeds groter wordende aanhang van ook teleurgestelde burgers, de groeiende kloof tussen arm en rijk; puissant rijke lieden die op het machtspodium van de Verenigde Staten van America staan. Poetin die Oekraïne binnenvalt en een wereldwijde energiecrisis veroorzaakt. De confrontatie met en van een mondiale onderlinge afhankelijkheid.
„De voornaamste doelstelling van het MIT-onderzoek was de onderlinge afhankelijkheid en de wisselwerking van vijf kritische factoren in wereldverband na te gaan: bevolkingsgroei, voedselproductie, industrialisatie, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en vervuiling. Dit eiste de selectie van een aantal veronderstellingen die op de onderlinge verhoudingen tussen de afzonderlijke elementen betrekking hebben en die gesteund worden door de bestaande kennis van de werkelijkheid. Er werd met het oog op de specifieke aspecten van de structuur van het model en de geldigheid van de invoergegevens, aan veel andere experts advies gevraagd.”
In het hoofdstuk Aardmoraal wil ik een poging wagen hierop terug te komen; waarom we niet handelen naar wat we weten. ((collectieve) cognitieve dissonantie)
